Bokaal 3 2006

Een van de grote voordelen van in een bandje spelen is dat je volkomen gelegitimeerd op plaatsen komt waar je eigenlijk helemaal niet (meer) thuishoort. Zo heb ik mezelf regelmatig na een optreden teruggevonden aan de bar van een ontzettend foute discotheek of een obscuur alternatief hol. Plaatsen die normaal echt niet in je op zouden komen als je voor de verandering eens besluit de ‘boobtube’ op zwart te laten en met je maten of je meisje de bloemetjes eens flink buiten te gaan zetten. Om stoom af, of de relatie wat nieuw leven in, te blazen. Maar als muzikant kom je op de raarste plaatsen en je krijgt er ook nog een beetje voor betaald ook. Helemaal leuk is het als je na een paar jaar afwezigheid terugkomt op plekken waar je voetstappen al staan. En ik denk dat er van mij nergens meer voetstappen staan dan op Albertus, waar we in de Keiweek weer eens mochten spelen.

Het weerzien voelt als thuiskomen. Ik zit meteen al weer aan mijn vaste stek aan de bar met een biertje en een sigaret. Ze kunnen nog zoveel computertaps en pasjes invoeren: op de Magnus staat de tijd stil. En zo hoort het ook. Afscheid nemende KC-ers zitten stuurs en cool zoals het hoort te klaverjassen, terwijl de ene na de andere indraaier zich komt voorstellen. ‘Ik heb u in het annu zien staan!’ U? Pffff ... ‘Ja, wat stond er nou bij? Oh ja Kurtos Kobainos Cum Cannabisos! Wilt u een biertje?’
Tja...
Het optreden was ... hoe zal ik dat eens zeggen. Sex met je ex, ken je dat? Da’s vaak heftiger dan toen je nog officieel een relatie met diegene had. Zo was het een beetje, maar dan op muzikaal gebied. Zo goed om weer op dat veel te kleine podium te staan en Voltooid Verleden Tijd te horen galmen door de bunker. Je zou er nostalgisch van van worden ... alles is veranderd, alles blijft bij het oude. De schuit, waar we na het optreden uiteraard afzakken, blijkt nog steeds dezelfde hormonenkermis als tien, twintig, vijftig jaar geleden. En ook al ken je eigenlijk niemand meer, je hebt direct en constant gesprekken met mensen die op dezelfde golflengte zitten. Leeftijden verdwijnen dan verbazingwekkend snel. En het voelt ook weer erg vertrouwd om naar buiten te stappen en stomverbaasd te zijn dat er reeds een nieuwe dag is aangebroken. Dezelfde zon schijnt over de rand van de binnenplaats als we struikelend op zoek gaan naar onze fietsen. Jezus we worden zo snel oud. Maar gelukkig kunnen wij af en toe de ‘gold’ne zeit’ heel eenvoudig terughalen. We stappen gewoon in de tijdmachine aan de Brugstraat 8. Dat zouden meer mensen moeten doen. Het houdt je jong! (Hoewel je daar de volgende dag wel even anders over denkt ...)

Joost Marsman

Overspel

Een arbeidsovereenkomst lijkt soms verdomd veel op een huwelijk. Zo zijn beiden het resultaat van een periode van hofmakerij. Ook zijn zowel een huwelijk als een arbeidsovereenkomst dikwijls doorspekt met vage bepalingen (zoals “tot de dood ons scheidt” of “voor onbepaalde tijd”) die de illusie van langdurigheid in stand moeten houden. Verder kan het in beide gevallen voorkomen dat je niet langer tevreden bent met de ander, die je al dan niet vele gelukkig jaren heeft bezorgd.

Wat doe je als je niet de waardering (lees: promotie) krijgt die je zo hard verdient? Wat als je een diepgeworteld medelijden koestert voor je sneue collega’s en plotseling beseft dat je steeds meer op hen begint te lijken? Of misschien ontdek je eindelijk dat je werkt voor een stel amorele charlatans die hun ziel nog aan Satan zouden verkopen, ware het niet dat deze er kokhalzend voor zou bedanken. Geen paniek! Ontsnapping is nog mogelijk, zolang je de werkgever maar vergelijkt met een bezitterige, jaloerse partner.

Als een werknemer overweegt een andere baan te nemen, moet deze voorzichtig te werk gaan. Kijken kan natuurlijk geen kwaad en valt meestal niet op, dus het eerste dat de ontevreden werknemer doet, is inventariseren wat voor lekkers er nog verder rondloopt op banengebied. Natuurlijk is het wel verstandig om dit kijken subtiel te doen en bijvoorbeeld niet een persoonlijk profiel op allerlei vacaturesites te plaatsen. Je gaat immers ook niet met je jaloerse, bezitterige partner op een terras zitten, al kwijlend om al het schoons dat er langs komt lopen. Tijdens het verkennen van zijn mogelijkheden zoekt de werknemer natuurlijk naar duidelijk zichtbare eigenschappen, die er op duiden dat de vooralsnog onbekende baan kan uitgroeien tot Ware Liefde. Hierbij zijn karakteristieken zoals opleidingsniveau, geld, uiterlijk (imago) en vruchtbaarheid (groeipotentie) natuurlijk erg belangrijk.

Zodra er een potentiële nieuwe arbeidspartner gevonden is (bij voorkeur liefde op het eerste gezicht), breekt de tijd aan voor de o zo belangrijke toenaderingspoging. Voorheen kon de werknemer zichzelf misschien nog wijsmaken dat hij nog onschuldig bezig was, maar het proces van vreemdgaan wordt nu echt in werking gezet. Het begint met een onschuldig telefoontje, om te polsen of er interesse is van beide kanten. Het hart van de zoekende werknemer maakt een sprongetje van blijdschap als deze interesse er daadwerkelijk blijkt te zijn. “Ik heb opties!” realiseert hij zich vreugdevol. Veel tijd is er echter niet: zo’n prachtige baan, die zich nog vrij op de markt begeeft, blijft natuurlijk niet lang onbezet. Emotie neemt het over van ratio: “Wat als dit mijn enige kans is op geluk?!” De werknemer beseft dat hij snel stappen moet gaan ondernemen. Deze angst doet de aandacht voor de huidige partner razendsnel plaatsmaken voor de nog maar net onstane kalverliefde. Met vlinders in zijn buik schrijft de werknemer een prachtige brief, zoals hij deze al in geen tijden meer schreef aan zijn huidige werkgever. Dan breekt het wachten aan...

Tegenover zijn baas houdt de werknemer de schone schijn op; mocht zijn stiekeme affaire nergens op uitdraaien, dan wil hij natuurlijk wel een warm nest hebben om op terug te vallen. Maar van binnen is het vuur reeds gedoofd door het kleine verraad dat hij heeft gepleegd. In zijn fantasieën over de toekomst komt de huidige partner allang niet meer voor. Een oplettende dan wel extreem jaloerse partner zal dit misschien nu al oppikken en argwanend worden. “Je bent zo afwezig de laatste tijd,” krijgt de werknemer dan te horen, “is er misschien iets?”. Als vanzelf gaat het wiel van bedrog draaien. De ontevreden werknemer is immers geenszins van plan zijn positie binnen het huwelijk met zijn werkgever op te geven, zolang hij nog geen zekerheid over de toekomst heeft. Al liegend neemt hij de twijfels van zijn baas weg, terwijl de ontevredenheid juist toeneemt doordat hij wordt gedwongen leugens te verkondigen.

Dan komt het telefoontje, volgens de Wet van Murphy natuurlijk juist op het meest ongelukkige moment. De werknemer verlaat gehaast zijn werkplek om een onopvallende ruimte op te zoeken waar hij zijn nieuwe liefde te woord kan staan zonder afgeluisterd te worden. Hij ziet echter niet de veelbetekenende blikken van de mensen die hem nastaren, terwijl er enkele puzzelstukjes op hun plaats vallen. Het enige dat de werknemer registreert, is de uitnodiging van zijn beoogde werkgever, die hem vraagt langs te komen. Tintelend van opwinding verzint hij een smoesje om onder zijn arbeidsverplichtingen vandaan te komen, zodat hij in het geniep zijn kalverliefde verder kan ontplooien. “Maar dan zouden we samen een werkoverleg houden!” prevelt de baas teleurgesteld. Bestormd door schuldgevoelens, maar vastberaden drijft de overspelige werknemer echter zijn zin door. Terwijl de bedroefde werkgever de werkoverlegagenda, waar hij zo zijn best op had gedaan, in de prullenbak gooit, beginnen zijn twijfels vaste vormen aan te nemen.

Staand aan de balie van een voor hem onbekend kantoor waant de verliefde werknemer zich in een al dan niet goedkoop hotel, waar zijn geheime ontmoeting zal plaatsvinden. Het treffen met het object van zijn affectie verloopt snel, stormachtig en hevig. Waarheden worden op tafel gelegd, voorwaarden worden gesteld en beloftes worden uitgesproken. De werknemer ontdekt al snel dat zijn potentiële partner hoge eisen stelt en verwacht dat hij zich keer op keer bewijst. Uiteindelijk verlaat hij vermoeid, voldaan en bovenal verliefd het hotel. Maar de volgende dag slaan schuld en onzekerheid hun slag. De werknemer beseft zich dat er voor hem geen weg meer terug is: het verraad is nu volkomen. Toch heeft hij nog niet voldoende vertrouwen in de zaak om de relatie met zijn huidige werkgever te verbreken. Er zit niets anders op dan het zelfgecreëerde bedrog verder uit te spelen.

Intussen laat de huidige werkgever het er niet bij zitten. De vreemde telefoontjes, schaduwachtige afspraakjes en het ontwijkende gedrag van de werknemer leiden allemaal tot één conclusie: “Ik word bedrogen!” Maar binnen een huwelijk is bedrog een taboe, tenzij je de partner op heterdaad betrapt. In plaats van zijn twijfels uit te spreken, kiest de werkgever het sluwe pad van de schuldgevoelens. De werknemer wordt overstelpt met complimentjes, uitdagend werk en persoonlijke ontwikkelplannen. Deze instrumenten missen hun doel niet: de werknemer begint zich af te vragen wat hij allemaal niet aan het weggooien is. “Is dit het waard? We hebben toch ooit een mooie tijd beleefd samen, waarom zou dat geluk niet blijvend kunnen zijn?” Maar dan doorziet de verbitterde werknemer het bedrog. Alle vleierij is slechts schijn, bedoeld om hem vast te houden op een plaats die hij liever achter zich zou laten. Dit is simpelweg een truuk van een jaloerse, bezitterige partner!

De overspelige werknemer volhardt in zijn affaire en weet na een periode van hofmakerij zijn geliefde voor zich te winnen: ze besluiten om samen verder te gaan. Dan breekt het moment aan van vertrek: voor sommigen een droefgeestig afscheid, maar voor anderen een perverse uiting van wrok. De baas resteert nog maar één mogelijkheid: op de knieën gaan. Wanhopig vraagt de werkgever wat hij moet doen om de overspelige partner bij zich te houden. “Is het mijn manier van leidinggeven?! Zou je liever zien dat ik het op een andere manier doe?” probeert de baas nog. In een moment van medelijden schudt de vertrekkende werknemer meewarig zijn hoofd: “Het ligt niet aan jou; het ligt aan mij.”

Vele maanden later komt de ex-werknemer zijn voormalige baas weer tegen op een feestje. Er valt een ongemakkelijke stilte. “Hoe gaat het met je?” vraagt de ex-baas uiteindelijk. “Goed,” luidt het antwoord. “En je nieuwe baan?” “Fantastisch,” liegt de afvallige werknemer. De baas glimlacht en is blij dat alles goed terecht is gekomen. “We hebben een geweldige kracht voor jou in de plaats gekregen. Hij is echt een enorme steun voor het bedrijf vanaf het moment dat hij in dienst trad.” De ex-werknemer wordt aan zijn vervanger, Peter, voorgesteld en schudt hem stevig (pijnlijk stevig) de hand. Terwijl de verhalen over zijn oude werk langs hem heen spoelen, zoekt hij ijverig naar tekenen die verraden dat zijn vervanger inferieur is aan hem, maar hij slaagt hier niet in. “Ik ga nog iets te drinken halen, wil jij ook wat?” vraagt de baas aan zijn geweldige Peter. De ex-werknemer voelt een kleine steek in zijn hart en denkt bedroefd: “Voor mij haalde hij nooit iets te drinken.”